zaterdag 23 juni 2012

Ethica

Vandaag zijn mijn ouders 25 jaar getrouwd. Eerst had ik witte, gouden en bruine oogschaduw opgedaan. Vervolgens werd het blauw. Daarover heen kwam een soort van aqua-kleur met geel en mint. Toen ik in de spiegel keek concludeerde ik dat ik op een dame van lichte zeden leek dus ik heb een watje gepakt en alles weer er af gedaan. Nu volgen er een paar citaten uit de Ethica. Ik lees de Ethica met potlood en ik onderstreep alles wat mooi is (nu kan je het hele boek onderstrepen maar dat is iets te overdreven) en naarmate ik het boek lees wordt alles duidelijker. Zijn methodes en manieren om gelukkig te worden werken wel. Laatst voelde ik mij iets minder gelukkig - het is zaak om dan goed na te gaan waarom je minder gelukkig bent, en je gedachte niet met iets wat buiten je plaats vind te verbinden. Het werkt. Ik concludeerde dat ik gewoon een beetje moe was, en dat de mensen me niet negeerden maar dat ik het was die het gesprek niet interessant vond. En waarom zou je ongelukkig worden van een oninteressant gesprek?

''Volmaaktheid en Onvolmaaktheid zijn dus in werkelijkheid slechts vormen van Denken, Begrippen namelijk die wij plegen te verzinnen, doordat wij enkeldingen van dezelfde soort of hetzelfde geslacht onderling vergelijken.''
Deel IV, voorrede

'' Opgewektheid kan nooit bovenmatig zijn, maar is steeds goed. Neerslachtigheid is daarentegen slecht.''
Deel IV, stelling 42

''Zeer grote hoogmoed of diepe zelfverachting duiden op groot gemis aan zelfkennis.''
Deel IV, stelling 55

''Zeer grote hoogmoed of diepe zelfverachting duiden op zeer grote zwakheid van ziel.''
Deel IV, stelling 56

''De vrije mens, die temidden van onwetenden leeft, zal zoveel mogelijk hun weldaden trachten af te wijzen. (...) De vrije mens evenwel tracht de andere mensen door vriendschap aan zich te verbinden. (...)Ik zeg 'zoveel mogelijk'. Want al zijn de mensen ontwetend, zij zijn nochtans mensen, die in gevallen van nood menselijke hulp, waar geen andere bovengaat, kunnen bieden.

''Bovendien kan men de mensen ook door mildheid voor zich winnen, vooral hen, die niets bezitten waarmee zij zich datgene, wat voor hun levensonderhoud nodig is, zouden kunnen verschaffen. Het gaat evenwel de draagkracht en het belang van een partikulier verre te boven om iedere behoeftige te helpen, de rijkdom van een partikulier is daartoe op verre na niet toereikend. Ook is de geestes-aanleg van één enkel mens te beperkt, dan dat hij met iedereen vriendschap zou kunnen sluiten. Vandaar dat de armenzorg rust op de gehele maatschappij en uitsluitend een zaak is van algemeen belang.''
Deel IV, hoofdstuk XVII




1. Tulp. Ik droog al twee jaar bloemen en dat is een hele leuke hobby.
2. Foto van Nan Goldin.
3. Hadda Brooks.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen