dinsdag 29 januari 2013

De dagen II

Er is weinig leuks aan het wonen in een dorp, en dan vooral aan het wonen in een dorp waar de bussen maar om het uur rijden. Zo dat je om 8 over het uur aankomt, en de bus net voor je neus weg rijdt. Ik ga de nadelen hiervan niet opnoemen. Voordeel hiervan is, is dat je altijd volk ontmoet waarmee je gesprekken aangaat. Er zit een bepaalde vaste orde in het soort mensen die ik op een plek ontmoet. In de trein ontmoet ik voornamelijk zakenmannen en mannen die bij de overheid werken, in de bus naar huis ontmoet ik altijd jongemannen die van het MBO afkomen en nu iets technisch doen. Ik was vandaag bij de expositie van van Eyck (Dat was geen expositie meer, dan was een bejaardentehuis waar soms schilderijtjes in hangen, wat een hoop oude mensen!), en nu heb ik het niet zo op van Eycks kunst, maar ik zei tegen een vriendin van me:  Op een of andere manier haal je de meeste inspiratie uit de dingen waarvan je het op het eerste gezicht nooit zal denken. Dáarom ga ik naar musea als Naturalis toe, en dáarom ben ik blij dat de mensen die ik zo ontmoet geen hooggeplaatste of juist laaggeplaatste kunstenaars zijn (we blijven een apart volkje, hoe goed ze in de jaren 60 ook hun best hebben gedaan) maar waarachtig euh, volk. Van die mensen die kritisch blijven als je zegt dat je op de kunstacademie zit (Krijg je daar wel een baan mee dan? Eh, waarschijnlijk niet.).

Wel, ik raakte dus in gesprek met een jongeman die aan het MBO had gestudeerd, voor een tijd leraar is geweest, en nu bij prorail werkte. We hadden het zo over het niveau van onderwijs in Nederland, en hij merkte iets op wat ik nooit zal vergeten. Ik heb, zo goed als ik België ken, regelmatig mijn hersenen gekraakt en mijn hoofd gebogen over het feit dat het onderwijs in Nederland, vergeleken met het onderwijs in België gewoon barslecht is. De jongeman had het antwoord, het antwoord waar ik al maanden naar op zoek ben. 'Nederland is een kennisland.' zei hij. 'Althans, dat willen ze. En hoe doen ze dat? Door iedereen een papiertje te laten halen. En hoe krijg je het voor elkaar dat zoveel mogelijk mensen een papiertje halen? Door het niveau te laten zakken.' Zeer helder, vind ik zelf. Samen met nog meer oorzaken gezamenlijk is dit wel de hoofdoorzaak, bedenk ik me nu, van het gehele probleem.

Nadat ik nog 10 minuten lang moest fietsen tégen de wind in, zonder baret (die ben ik verloren), in de regen, zingend: 'Ik hou van Holland. Het landje aan de Zuiderzee. Een stukje Holland. Draag ik in mijn hart steeds mee. Want op dees heel grote aard, al ben ik van huis en haard, is het kleine Holland, mij het meeste waard.'  afwisselend met: 'Ik haat heel Holland. Landje aan het IJsselmeer. Geen stukje Holland draag ik in mijn hart steeds mee. Want op dees heel grote aard, al ben ik van huis en haard, is het kleine Holland mij het minste waard' kwam ik aan thuis, en daar lagen ze, ze zijn eindelijk binnen, en och, wat ben ik er blij mee:


Verder ben ik vandaag nog naar het Film Festival geweest in Rotterdam, daar heb ik de film 'What they don't talk about when they talk about love', een Indonesische film over de liefdes tussen blinden en doven, en de film was mooi, maar niet geweldig, maar wel mooi, maar niet geweldig, als je begrijpt wat ik bedoel. Daarnaast, zoals ik al zei, 2 uur in het Boijmans rondgelopen. Laat ik het zo zeggen: De tentoonstelling met van Eyck was volgepropt met bejaarden met brillen en boekjes in hun handen en oortjes in hun oren en daar tussen liepen nonnen, gekleurd in een felblauw, met smartphones aan hun oren, dus veel van Eyck heb ik niet kunnen zien. De vaste expositie is natuurlijk geweldig, ik bedoel, ze hebben Sluijters, een indrukwekkende collectie van Toorop, en natuurlijk Mesquita, die ik nog niet eerder gezien had in het van Boijmans. 






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen